
Hoe gezond zijn jongeren? Hoe voelen zij zich? Hebben zij stress, bewegen ze genoeg en drinken ze alcohol? En hoe veranderen deze onderwerpen door de jaren heen? Dat onderzoekt GGD Hart voor Brabant met de Gezondheidsmonitor Jeugd 2026.
Publicatiedatum: 28-09-2026 om 08:00 uur
Laatste update: 28-09-2026 om 17:21 uur
Bijna alle panelleden gebruiken sociale media (96%). WhatsApp is veruit het populairste platform. Daarna volgen YouTube en Facebook. Ook LinkedIn, Instagram en Signal worden veel gebruikt. Mensen geven aan dat zij sociale media vooral gebruiken om contact te houden met familie, vrienden en bekenden. Maar ze gebruiken het ook omdat ze het leuk vinden, uit verveling of om te zien wat anderen doen.
Iets meer dan de helft van de deelnemers besteedt minder dan één uur per dag aan sociale media. Ongeveer een derde besteedt er dagelijks 1 tot 2 uur aan. Ongeveer 1 op de 7 gebruikt sociale media 2 uur of meer per dag.
Bij de interpretatie van deze resultaten is het belangrijk om te vermelden dat 60% van de respondenten 65 jaar of ouder is. Vrouwen, deelnemers jonger dan 65 jaar en deelnemers die zichzelf (een beetje) verslaafd vinden aan sociale media, besteden vaker meer dan 2 uur per dag aan sociale media.
Hoewel sociale media voor de meeste deelnemers niet heel belangrijk zijn, vindt een derde dat zij er zelf te veel tijd aan besteden. Ook noemt een kwart zichzelf (een beetje) verslaafd aan sociale media. Ongeveer 1 op de 10 deelnemers vindt het vaak lastig om te stoppen met scrollen of berichten bekijken. Daarnaast vindt bijna een derde het vervelend als sociale media niet beschikbaar zijn en is een kwart bang iets te missen zonder sociale media.
Een derde van de panelleden voelt zich goed als anderen hun berichten leuk vinden of delen. Ook geeft 3 op de 10 aan dat veel contacten op sociale media hen een goed gevoel geven.
Deelnemers ervaren zowel voordelen als nadelen van sociale media. Bijna de helft vindt dat sociale media helpen om contact te houden met vrienden en familie. Ook ervaart een deel van de deelnemers een positieve invloed op het dagelijks leven. Tegelijkertijd noemen deelnemers ook nadelige effecten. Zo geeft bijna 1 op de 10 aan dat sociale media een negatieve invloed hebben op hun mentale gezondheid, nachtrust of de hoeveelheid beweging die zij krijgen.
Onlangs zijn richtlijnen opgesteld voor gezond scherm- en sociale mediagebruik. De meeste deelnemers kunnen zich vinden in deze adviezen. Wel vindt een deel van de respondenten dat kinderen pas op latere leeftijd een smartphone, chatapps of sociale media-account zouden moeten krijgen dan nu wordt geadviseerd. Zo vindt 2 op de 10 panelleden dat een eerste smartphone vanaf groep 8 te vroeg is. Een derde vindt het te vroeg om vanaf de start van de middelbare school chatapps zoals WhatsApp en Signal te gebruiken. En een kwart vindt het te vroeg om vanaf 15 jaar sociale media zoals Instagram en TikTok te gebruiken.
Bekijk alle resultaten in de infographic van het panelonderzoek.
Het onderzoek werd in juli 2026 uitgevoerd onder leden van de gezondheidspanels van GGD Hart voor Brabant en GGD Brabant-Zuidoost. In totaal vulden 7.199 panelleden de vragenlijst in.
Let op: de resultaten van dit onderzoek zijn gebaseerd op een specifieke groep deelnemers. Deze zijn mogelijk niet representatief voor de hele bevolking. Informatie over de leeftijds- en geslachtsverdeling staan in de infographic.

Hoe gezond zijn jongeren? Hoe voelen zij zich? Hebben zij stress, bewegen ze genoeg en drinken ze alcohol? En hoe veranderen deze onderwerpen door de jaren heen? Dat onderzoekt GGD Hart voor Brabant met de Gezondheidsmonitor Jeugd 2026.

In Nederland zijn een aantal mensen ziek geworden van het Westnijlvirus. Zij kregen het virus door een beet van een besmette huissteekmug in Nederland. Ook in de provincie Brabant. De kans om in Nederland gebeten te worden door een mug die het westnijlvirus bij zich draagt blijft erg klein. En als je een muggenbeet hebt van een besmette mug krijgen de meeste mensen geen klachten. De GGD’en doen vanwege de privacy geen verdere uitspraken over individuele personen bij wie het westnijlvirus is vastgesteld.