GGD Hart voor Brabant

Hoe gezond leven de inwoners van Hart voor Brabant?

Hoe staat het met je eet- en drinkgewoontes? Voel je je prettig in je buurt? Heb je zelf de regie over je leven? Ben je eenzaam?

Dit zijn enkele voorbeelden van vragen die door Team Onderzoek van de GGD Hart voor Brabant onderzocht zijn in het kader van de GGD Gezondheidsmonitor bij volwassenen, ouderen en jongeren.

Bloeiender verenigingsleven in kleinste dorpen

De meest opvallende uitkomst van 2016 betreft het ‘Sociaal Participeren’: in hoeverre nemen inwoners deel aan het sociale leven in de vorm van bijvoorbeeld vrijwilligerswerk of een lidmaatschap van een vereniging? Dat zegt namelijk iets over het gevoel onderdeel van de samenleving te zijn. In de kleine gemeenten wordt hier over het algemeen hoger op gescoord dan in de grootste gemeente

Gemeente-, en wijkschetsen

Het monitoren van de gezondheid van inwoners is een van de taken van de GGD. Resultaten van de monitor zijn beschikbaar per gemeente en per wijk. Door het zicht dat gemeenten hierdoor krijgen is het mogelijk om te zien waar gericht actie op ondernomen kan worden en waar beleid aangepast of verbeterd kan worden.

Eus Witlox, wethouder volksgezondheid: "van iedere kern en wijk weet ik nu wat er aan de hand is..."

Meer over het onderzoek

Van de 40 tot 60-jarigen in de gemeente Haaren behoort 25% tot de sandwichgeneratie. In de meeste gevallen betreft het langdurig mantelzorg (3 maanden of langer) voor gemiddeld ruim 5 uur per week.

Door de combinatie van de zorg voor kinderen en het geven van mantelzorg voelt bijna 1 op de 5 zich (tamelijk of zeer) zwaar belast, 2% voelt zich overbelast. Een derde van de mensen behorend tot de sandwichgeneratie ervaart veel stress door deze combinatie van zorgtaken en geeft aan te weinig aan zichzelf toe te komen.

Bijna vier op de tien mensen behorend tot de sandwichgeneratie heeft gebruik gemaakt van ondersteuning. 3 op de 5 mensen behorend bij de sandwichgeneratie heeft behoefte aan minimaal één vorm van ondersteuning. De mensen die zich zwaar tot overbelast voelen, hebben meer behoefte aan ondersteuning dan zij die zich niet of minder belast voelen. Opvallend is dat de ondersteuningsbehoefte zich vooral richt op de mantelzorgtaak, en nagenoeg niet op ondersteuning bij de opvoeding van de kinderen.