InwonersNieuws & infoHoe gezond is ‘een landelijk luchtje’?

Hoe gezond is ‘een landelijk luchtje’?

Wie kent het niet: je fietst of rijdt langs weilanden en ineens ruik je ‘het landelijke luchtje’. Typisch voor een omgeving waar veehouderij plaatsvindt. Wat hangt er dan precies in de lucht? En hoe (on)gezond is die geur? Renske Nijdam, adviseur Milieu & Gezondheid in het team gezondheid, milieu en veiligheid van de GGD-en in Brabant, weet alles over de relatie tussen veehouderij en de gezondheid van mensen en adviseert gemeenten hierover.

“Om maar met de deur in huis te vallen: de fijnstofuitstoot van veehouderij maakt luchtwegklachten erger en vermindert de longfunctie bij omwonenden,” vertelt Renske. “Het gaat dan vooral om mensen die dicht in de buurt van veel veehouderijen wonen. En ook geur heeft invloed op de gezondheid van omwonenden. Zij vinden het vaak stinken, en die geuroverlast kan leiden tot verschillende gezondheidseffecten zoals hoofdpijn, misselijkheid en benauwdheid. We weten daarnaast dat mensen ziek kunnen worden van ziekteverwekkers die bij dieren voorkomen en over kunnen springen op mensen. Dat heet een zoönose. Denk daarbij aan Q-koorts.

Dat klinkt allemaal heftig natuurlijk, maar onderzoek vindt ook positievere gezondheidseffecten: het blijkt dat mensen die dichtbij een veehouderij wonen, minder vaak astma en minder allergieën hebben. Het is nog niet bekend waar dit door komt. En wonen in een groene, landelijke omgeving is voor veel mensen iets waar zij gelukkig van worden. Mentale gezondheid speelt dus ook mee.”

Onderling begrip

Renske heeft voor haar werk contact met verschillende partijen over gezondheid van omwonenden in relatie tot veehouderijen. “Ik merk dat de kennis die ik meebreng door boeren, omwonenden en gemeenten als waardevol wordt gezien. Als ik hen uitleg geef over de onderzoeken naar volksgezondheid en veehouderij, over de invloed van geur en fijnstof op gezondheid, dan helpt dat iedereen om het beter te begrijpen. Ondanks dat boeren, omwonenden en gemeenten ook veel kennis hebben, hoor ik niet zelden: ‘Oh, dát wist ik niet’. Door mijn uitleg ontstaat er begrip voor elkaars situatie en kunnen zij vervolgens ook met de juiste informatie het gesprek onderling aan gaan. Ik ervaar dat de boeren graag willen meedenken over wat zij kunnen veranderen, want ook zíj willen dat hun buren gezond blijven. Het komt regelmatig voor dat een boer netjes binnen alle juridische kaders werkt, maar dat dat voor de gezondheid van omwonenden niet voldoende is. Samen zoeken we oplossingen: kan er meer gedaan worden om de uitstoot van fijnstof te verminderen, kan een ventilatiepunt verplaatst worden, of is er een andere plek voor de mestopslag te vinden waardoor die zo ver mogelijk bij de buren vandaan staat? Dat laatste kan zomaar tweehonderd meter schelen en minder uitstoot maakt natuurlijk ook een groot verschil.”

GGD’en geven ook voorlichting aan omwonenden, bijvoorbeeld op bijeenkomsten die een gemeente of dorpsraad organiseert wanneer er geur- of fijnstofhinder is. “En ze mogen ons altijd bellen bij vragen over dit onderwerp,” vult Renske aan.

“Hoe ik mijn werk het beste kan doen? Door veel en nauw contact te onderhouden met gemeenten,” zegt ze. GGD’en geven gezondheidskundig advies bij ruimtelijke planvorming zoals een bestemmingsplan of omgevingsvisie. Milieunormen die in de wetgeving staan beschermen gezondheid weliswaar, maar zijn daarin te beperkt. Renske en haar collega’s beoordelen ook risico’s als er bijvoorbeeld een vergunningsaanvraag ligt voor een nieuwe veehouderij, of een aanvraag voor de uitbreiding van een bestaande veehouderij. Ook dan kan de gemeente de adviezen meenemen.

Belangrijke rol

“We spelen een belangrijke rol als je het mij vraagt, want: als de GGD’en niet opkomen voor de gezondheid van omwonenden, dan gebeurt dat niet automatisch door iemand anders. Er spelen logischerwijs altijd verschillende belangen. Die van de boer, de economie, de werkgelegenheid, en gezondheid. Ik maak mee dat verschillende partijen lijnrecht tegenover elkaar staan, en wat is dan het beste resultaat? Ik zou daarom niet graag in de schoenen van de wethouder staan.”

Uiteindelijk wil iedereen een gezonde en veilige leefomgeving. “Daar kan ik bij helpen”, biedt Renske aan. “Mijn oproep aan gemeentebesturen is daarom: betrek ons in een vroeg stadium ook bij omgevingsvisies en bestemmingsplannen en neem onze adviezen mee, zodat we sámen kunnen zorgen dat jullie inwoners gezond blijven.”

Dit artikel verscheen eerder in de GGD GHOR Nederland verhalenreeks ‘Wat doet een GGD’

Over Renske Nijdam

Renske Nijdam is adviseur Milieu & Gezondheid bij team gezondheid milieu en veiligheid van de 3 GGD’en in Brabant en neemt daarnaast deel in het landelijk Kennisplatform veehouderij en humane gezondheid. Ook is Renske voorzitter van de GGD werkgroep veehouderij.

Deel het artikel
  • Reacties (0)

    Geef een antwoord

    Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd.