Hoofdluis is op veel scholen een regelmatig terugkerend probleem. Niet gek, want luizen lopen via het haar over van hoofd naar hoofd. En op school hebben kinderen intensief contact met elkaar. Vaak controleren en zo snel mogelijk behandelen helpt het best.
Ontwikkelingen
Er is geen wetenschappelijk bewijs gevonden voor de effectiviteit van de aanvullende maatregelen in de omgeving. Dus maatregelen zoals het wassen van beddengoed, knuffels, jassen, het gebruik van luizencapes en het stofzuigen van de auto zijn niet meer nodig. Dat scheelt heel veel tijd, geld en stress bij ouders van kinderen met hoofdluis!
Luis in je haar? Kammen maar!
Wat moet je wel doen? Vind je luizen of neten? Dan is het advies om het haar van iemand met hoofdluis twee weken lang iedere dag te kammen met een fijntandige kam. Je kunt dit kammen combineren met een antihoofdluismiddel.
Het is belangrijk dat ouders ook alle huisgenoten controleren op hoofdluis. Laat ouders ook vrienden op school, bij clubjes en vriendjes vertellen dat iemand hoofdluis heeft. Je kunt hier ook ons deurbriefje hoofdluis voor gebruiken.
Nieuwe anti-hoofdluismiddelen
Sinds enige tijd zijn in Nederland nieuwe antihoofdluismiddelen beschikbaar met als werkzaam bestanddeel dimeticon (een silicoonachtige stof). Dimeticon zorgt ervoor dat de hoofdluizen door een tekort aan zuurstof sterven. De werkzaamheid van dit middel is onomstreden en er ontstaat ook geen resistentie.
Meer informatie
Om scholen en ouders daar bewust van te maken, geeft de GGD Hart voor Brabant een speciale infobrief uit ‘Luis in je haar? Kammen maar!’.
De GGD Hart voor Brabant ondersteunt jouw school graag bij de aanpak van hoofdluis en de beschreven maatregelen. Neem hiervoor contact op met onze afdeling Jeugdgezondheidszorg 088 368 7100.
Laten zien wat wij doen, waar wij voor staan en terugkijken om te leren. In dit jaarverslag van 2025 maken we opnieuw de balans op van de inzet van het team Seksuele Gezondheid. Wie zagen we op ons spreekuur? Wat deden we om contact te leggen met moeilijk bereikbare doelgroepen? En welke cijfers en ontwikkelingen constateerden we?
Hoe maken we de beweging van zorg naar gezondheid in Noordoost-Brabant inzichtelijk? Om die vraag te beantwoorden heeft GGD Hart voor Brabant, samen met regionale partners, de eerste IZA-monitor ontwikkeld.
Ongeveer 1 op de 10 jonge kinderen in het werkgebied van GGD Hart voor Brabant heeft overgewicht. Dat blijkt uit cijfers van de jeugdgezondheidszorg in 2025. Vooral de toename van overgewicht bij peuters is opvallend. Bij hen neemt het overgewicht sinds 2022 ieder jaar een beetje toe. Bij de wat oudere kinderen (9- en 13-jarigen) had in 2025 ongeveer 1 op de 6 overgewicht. Dat is ongeveer hetzelfde als in 2023 en 2024.