Neusspraak

Bij neusspraak is de luchtstroom in de neus- en keelholte verstoord. Uw kind kan daardoor bepaalde klanken minder goed vormen. Er zijn twee soorten neusspraak: open neusspraak en gesloten neusspraak.

Open neusspraak

Bij open neusspraak stroomt tijdens het spreken te veel lucht door de neus. U kunt samen met uw kind verschillende blaas- en zuigoefeningen doen. Denk aan bijvoorbeeld:

  • bellen blazen;
  • watjes over de tafel blazen;
  • lichte dingen zoals propjes papier met een rietje opzuigen.
    Uw kind leert dan delen van de mond- en keelholte beter te gebruiken en gaat daardoor duidelijker spreken.

Gesloten neusspraak

Bij gesloten neusspraak stroomt tijdens het spreken geen of te weinig lucht door de neus. Bij een verkoudheid is dit probleem gelukkig maar tijdelijk. Maar sommige kinderen blijven ook daarna door de mond ademen en met een dichte neus praten. Gelukkig kunt u hier als ouder vaak iets aan doen:

  • Stimuleer uw kind zoveel mogelijk door de neus te ademen.
  • Stimuleer uw kind om met de neus veel te ruiken.
  • Zoem of neurie samen met u kind liedjes.
  • Zorg bij neusverkoudheid dat de neus zo veel mogelijk open is.

Lees meer in onze folder Neusspraak.

Meer informatie

Blijft uw kind onduidelijk spreken door neusspraak of heeft u vragenover de neusspraak van uw kind? Neem dan contact op met de logopedist van de GGD via tel. 0900-463 64 43.