Spreekt u nog niet goed Nederlands? Spreek dan met uw kind de taal die u zelf het beste spreekt.
Praat veel met uw kind in uw eigen taal, zodat uw kind alvast één taal goed leert spreken. Dit is belangrijk voor het leren van de tweede taal: het Nederlands.
Voor het leren van het Nederlands is het belangrijk dat mensen goed Nederlands met uw kind spreken, bijvoorbeeld op de peuterspeelzaal en het kinderdagverblijf. Ook van Nederlandstalige vriendjes of vriendinnetjes kan uw kind het Nederlands leren.
Spreekt u twee talen goed (uw eigen taal en het Nederlands)? Spreek dan af wanneer u welke taal gebruikt. Bijvoorbeeld thuis uw eigen taal en buitenshuis het Nederlands.
Spreekt u de ene taal goed en uw partner de andere taal? Praat dan ieder in uw eigen taal tegen uw kind. Uw kind leert dan van de ene ouder de eigen taal en van de andere ouder het Nederlands.
Voedt u uw kind tweetalig op? Dan spreken de meeste kinderen op vierjarige leeftijd beide talen. In het begin husselt een kind soms de woorden van de verschillende talen door elkaar. Dit gaat vanzelf over.
Lees meer in onze folder Meertaligheid.
Heeft uw kind problemen met taal en spraak, in de thuistaal of in de tweede taal? Neem dan tijdig contact op met de logopedist van de GGD, tel. 0900-463 64 43.
0900-4636443 (lokaal tarief): werkdagen van 08.00 tot 17.00 uur