Faalangst

Vrij veel kinderen hebben faalangst. Ze zijn bang dat iets mislukt of bang om af te gaan. Ze hebben daar vooral last van als ze een prestatie moeten leveren. Bijvoorbeeld bij het maken van een proefwerk.
Het ene kind is vatbaarder voor faalangst dan het andere. Dit is ondermeer afhankelijk van de omgeving waarin hij of zij opgroeit. Ook leer- en gedragsproblemen kunnen tot faalangst leiden.

Faalangst herkennen

Faalangst kan zich op verschillende manieren uiten. Denk bijvoorbeeld aan:

  • lichamelijke klachten zoals maagpijn, buikpijn en hoofdpijn;
  • stotteren en zweten als hij of zij iets moet vertellen;
  • onzekerheid;
  • steeds willen horen dat hij of zij het goed doet;
  • black-outs door de zenuwen;
  • het verbergen van de angst door gek te doen of brutaal te zijn;
  • geslotenheid.

Zelfvertrouwen

Een kind met faalangst is zo bang om te falen dat dit vaak ook daadwerkelijk gebeurt. Dat maakt hem of haar nóg onzekerder en zorgt ervoor dat hij of zij steeds negatiever over zichzelf denkt. Het is belangrijk dat een kind met faalangst meer zelfvertrouwen krijgt. Hij of zij kan hier zowel thuis als op school aan werken. Praat daarom met de leerkracht van uw kind over zijn of haar faalangst.

Heeft u hulp of advies nodig? Aarzel dan niet en neem contact op met de GGD.

Voor meer informatie zie ons gezondheidsdossier Faalangst