Besmetting

Er zijn verschillende manieren waarop een besmetting met een infectieziekte plaatsvindt. Dat kan door direct en indirect contact.

Bij direct contact moet u denken aan:

  • niezen, hoesten (o.a. griep, tuberculose);
  • huidcontact (o.a. schurft / krentenbaard);
  • seksueel contact (o.a. chlamydia/gonorroe);
  • van moeder op kind (o.a. hepatitis B).

Besmettingen via indirect contact vinden plaats door bijvoorbeeld:

  • toiletten (o.a. hepatitis A);
  • rauw of slecht bereide voeding en drinken (o.a. salmonella);
  • water (o.a. cholera);
  • bloedtransfusie met bloed van besmette mensen (o.a. hepatitis B/C en HIV);
  • insecten die steken en bijten (o.a. malaria, ziekte van Lyme) en ratten (ziekte van Weil).

Barrières

Micro-organismen kunnen niet zomaar het lichaam binnendringen. Eerst moeten zij barrières overwinnen zoals de huid en de slijmvliezen van mond, luchtwegen of ingewanden. Lukt het toch om binnen te komen? Dan wil dat nog niet zeggen dat u daarvan dan ook ziek wordt. Dat hangt van verschillende factoren af:

  • Hoe ziekmakend en agressief is het micro-organisme?
  • Hoe is uw algemene gezondheidstoestand?
  • Hoe snel reageert uw eigen immuunsysteem op de vreemde indringers?

Malariamug (bron: CDC)

Immuunsysteem

Het lichaam heeft een systeem dat indringers tegenhoudt, aanvalt en uit de weg ruimt. Nadat een micro-organisme is binnengedrongen (besmetting), brengen afweercellen een afweerreactie op gang. Meestal is deze reactie van het lichaam succesvol. Hierdoor merkt u van veel binnendringers niets.
Tegen de meeste infectieziekten bouwt u afweer op. Sommige infectieziekten kunt u echter nog eens krijgen. Kinderen bouwen, naarmate zij ouder worden, ook steeds meer afweer op.

Incubatietijd

Het opbouwen van de afweerreactie kost enige tijd. Gedurende deze periode vermenigvuldigen de micro-organismen zich wel. De tijd tussen besmetting en eerste ziekteverschijnselen noemen we de incubatietijd. Bij veel infectieziekten is sprake van besmettelijkheid in die incubatieperiode, dus als de patiënt nog niet weet dat hij ziek wordt. Daarom zijn hygiënerichtlijnen voor hoesten, toiletbezoek en handenwassen zo belangrijk, ook als u (nog) niet ziek bent.